MERID
In 1950 (her)ontdekte de Japanse acupuncturist, Kobe Akabane, de mogelijkheid om het energieniveau van de meridianen te meten. Hij gebruikte hiervoor het gloeiende uiteinde van een sandelhoutstokje om de BAP’s (Biologisch Actieve Punten – de begin- en eindpunten van de meridianen) te tappen tot de patiënt een lichte pijnsensatie ervaart. Het aantal taps tot de pijnsensatie ontstaat, is een maat voor het energieniveau van de meridianen. Het verschil in het aantal taps tussen de linker en rechter meridiaan geeft aan of er sprake is van een volte of leegte in betreffende meridiaan en kan tot conclusies aangaande pathologie leiden.
Het totale plaatje geeft een goede indruk van de energiebalans van een persoon. Een ander voordeel is dat de procedure herhaalbaar is zodat in het verloop van de behandeling een objectief beeld ontstaat over de energiesituatie gerelateerd aan het al of niet verbeteren van de klacht.
Tegenwoordig meten we elektronisch.
Aan het apparaat, in dit geval de Merid, is een infrarood sonde verbonden die een warmtepuls afgeeft. Na een aantal “tikken”ontstaat een warmtesensatie.
Het aantal tikken wordt per punt opgeslagen en na de test kan men het verschil per meridiaan links en rechts zien, tevens wordt het totaalbeeld weergegeven. (zie foto)
Klik om te vergroten





